Kan een werknemer ouderschapsverlof tussentijds onderbreken of beëindigen?

Gepubliceerd:

Laatst gewijzigd: 18-03-2020 | 14:34:52

Werknemers die vader of moeder zijn van een kind jonger dan acht jaar, hebben wettelijk recht op onbetaald ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof bedraagt, per kind, 26 maal de arbeidsduur per week.

Het is toegestaan ouderschapsverlof tussentijds te onderbreken of te beëindigen als:
• de werknemer zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, adoptieverlof of pleegzorgverlof gaat opnemen, of:
• er is sprake van een onvoorziene situatie.
Bijvoorbeeld: partner werknemer wordt werkloos, er komt plaats vrij voor het kind van werknemer in de kinderopvang, werknemer heeft extra kosten, werknemer is (langdurig) ziek.

De werknemer is verplicht schriftelijk onderbreking of stopzetting van het ouderschapsverlof bij de werkgever aan te vragen. De werkgever hoeft het verlof niet eerder stop te zetten dan na 4 weken na het verzoek.

In geval van zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- of pleegzorgverlof mag de werkgever het verzoek om het ouderschapsverlof te onderbreken of te beëindigen niet weigeren.

Wil de werknemer het ouderschapsverlof onderbreken of stopzetten door een onvoorziene situatie, dan mag werkgever het verzoek alleen weigeren als dit het bedrijf ernstig in problemen brengt.

Als de werknemer nog ouderschapsverlof overhoudt, kan dit verlof (of een deel daarvan) vervallen. In de cao moet dan staan dat het overblijvende ouderschapsverlof vervalt als het verlof wordt gestopt wegens onvoorziene omstandigheden. Of er moet sprake zijn van afspraken die vóór 1 januari 2015 zijn gemaakt met werkgever over het ouderschapsverlof (of een deel daarvan). In dit geval moet het wel gaan om een onvoorziene omstandigheid en werknemer moet voor dezelfde werkgever blijven werken.
Let op: in beide gevallen vervalt het verlof niet als de werknemer het ouderschapsverlof wil onderbreken of beëindigen wegens zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- of pleegzorgverlof.

Bron: AWVN